Als de laatste collega vertrekt, wordt het stil op kantoor. Toch betekent dat niet dat er nergens meer stroom wordt gebruikt. Een scherm staat nog aan, een apparaat wacht op een opdracht en ergens wordt iets opgeladen. Dat gebruik is niet per definitie onnodig. De eerste stap is daarom een rondgang met iemand die weet wat de apparaten doen, niet direct een centrale knop omzetten.
Maak onderscheid tussen nodig en gewoonte
Noteer wat je na werktijd aantreft. Verdeel de apparaten voorlopig in drie groepen: moeten blijven werken, kunnen vermoedelijk uit en functie nog onbekend. Zet niets uit waarvan de functie niet duidelijk is. Denk aan netwerkapparatuur, beveiliging, koeling en systemen die updates of back-ups uitvoeren. Overleg met de verantwoordelijke voordat je instellingen verandert.
Bekijk ook wie het gebouw buiten de gebruikelijke tijden gebruikt. Schoonmakers, andere huurders of een collega met een avondafspraak kunnen afhankelijk zijn van verlichting en voorzieningen. Een uitschakelplan dat deze mensen vergeet, houdt meestal niet lang stand. Vraag waar vaste tijden mogelijk zijn en waar flexibiliteit nodig blijft.
Meet voordat je een oplossing koopt
Een brandend lampje bewijst niet hoeveel stroom een apparaat verbruikt. Meet daarom geschikte losse apparaten met een passende meter, of vraag een bevoegde specialist om inzicht bij vaste installaties. Noteer de meetperiode en de stand waarin het apparaat stond. Met een meetweek en een eenvoudig logboek kun je die observaties bij elkaar houden. Laat een eenmalige vermogensmeting niet doorgaan voor een representatief jaarverbruik.
Kijk of bestaande instellingen al een bruikbare slaapstand of tijdschema bieden. Een extra slimme stekker is niet altijd nodig. Neem voor een bredere inventaris ook de informatie van RVO over energie besparen mee, in plaats van alleen naar één hulpmiddel te kijken. Wanneer je er wel een overweegt, controleer dan belastbaarheid, netwerkbeleid, de gevolgen van stroomonderbreking en het gedrag bij opnieuw inschakelen. Houd ook rekening met het eigen verbruik van het hulpmiddel. Kritieke systemen laat je buiten dit experiment.
Maak uitschakelen makkelijk
Een korte afsluitlijst werkt alleen als duidelijk is wie hem gebruikt. Kies een vaste plek bij het vertrekpunt en noem concrete handelingen. Schrijf bijvoorbeeld welk vergaderscherm handmatig uit mag, in plaats van algemeen alle apparaten uit. Zorg dat uitzonderingen duidelijk zichtbaar zijn en dat collega's weten bij wie ze twijfel kunnen melden.
Probeer de afspraak eerst gedurende een normale werkweek. Vraag daarna of iemand problemen merkte bij opstarten of werken buiten de standaardtijden. Pas de lijst daarop aan. Als de organisatie regelmatig wisselende openingstijden heeft, kan een verantwoordelijke per dag beter werken dan een star schema.
Herhaal tenslotte de meting onder vergelijkbare omstandigheden. Verbruik dat lager is door minder bezetting vraagt om een andere uitleg dan verbruik dat lager is door de nieuwe afspraak. Bewaar die nuance in je verslag. Een goede afsluitroutine draait om apparatuur die beschikbaar blijft wanneer dat nodig is en niet langer gebruikt wordt dan het werk vraagt. Leg de eigenaar en het controlemoment vast zoals bij een haalbaar duurzaamheidsplan.

